Waypoint urkMenu

“Oude troep of nieuwe mogelijkheden?”

Urk | 15 oktober 2018

Kringloopwinkel Waypoint Urk is méér dan een ‘gewone kringloopwinkel’, juist door de bijzondere ontmoetingen die hier plaatsvinden. Te midden van oude boeken, tweedehands kinderkleding en oude poppenwagens spreek ik met drie medewerkers die een groot hart hebben voor God én mensen. ‘Niet alleen oude spullen komen hier, maar ook veel mensen die als waardeloos zijn bestempeld. We laten ze weten dat we ze uniek vinden en dat ook zij mogelijkheden hebben.’

Het is winters koud en de geur van rauwe vis verraadt dat er een visverwerkingsbedrijf in de buurt is, hier op industrieterrein Vliestroom op Urk. En dat is inderdaad het geval - hoe kan het ook anders in deze plaats. Maar niet alleen visverwerkingsbedrijven en andere bedrijven zijn hier gevestigd, ook Kringloopcentrum Waypoint Urk is hier te vinden: ik zie twee grote gebouwen, verbonden met een loopbrug. ‘Kijken, kopen, helpen’, staat er uitnodigend op een bordje bij de ingang. 

Kijken, kopen, helpen. Het is de weg die veel mensen zijn gegaan bij Kringloopcentrum Waypoint Urk. Met drie van hen ben ik in gesprek, onder het genot van een bakje koffie, hier in de Koffiecorner van het kringloopcentrum. Want waarom zijn ze als staf betrokken en wat gebeurt er met veel mensen die als klant of als vrijwilliger binnenkomen bij het kringloopcentrum? Doorgaans best heel wat, zo blijkt al snel! Neem bijvoorbeeld Grietje Baak (19). Ze kwam voor het eerst langs in de winkel toen ze twaalf jaar oud was. Ze had de basisschool afgerond en ‘niets te doen’. Ze deed vakantiewerk, was daarna ook ’s zaterdags op Waypoint te vinden en nu loopt ze ook nog stage om onder meer een sociaal eetproject te coördineren. Ze heeft de afgelopen zeven jaar werkelijk al van alles gedaan: kassawerk, kleiding uitzoeken, bijspringen waar nodig en nog veel meer. Grote vraag: waarom eigenlijk? Ze glimlacht direct. ‘Ja, waarom? Goeie vraag. Waypoint voelt als een familie, het is een groep met lieve mensen waar je heel snel opgenomen wordt. Ik was een meisjes van twaalf, ik had nog geen betaalde baan en ik wilde graag wat betekenen voor de medemens. Het is goed om op zo’n manier gevormd te worden.’

Janny Visser is ‘al járen’ betrokken bij Waypoint, maar het begin van deze staat van dienst is bijna hilarisch te noemen: ze werd op een maandagmorgen gebeld met de vraag of ze ‘heel even kon helpen, niet langer dan een half uurtje’. Ze had toen nooit kunnen vermoeden dat ze jarenlang verbonden zou zijn bij Kringloopcentrum Waypoint – overigens met erg veel plezier. Sterker: ze zag het telefoontje op die maandag als gebedsverhoring, ze had namelijk haar assurantiekantoor verkocht omdat ze geen voldoening voelde en wat anders wilde met haar leven. Ook Klaas Kapitein had een eigen assurantiekantoor. Toen hij tot een levend geloof kwam, wilde ook hij wat anders. ‘Ik kon toen bij Waypoint aan de slag als activiteitenbegeleider en heb ook heel veel taken gedaan, en nu werk ik als hulpverlener en begeleid in onder meer gezinnen die met drugsverslaving te maken hebben, ik voel me erg dankbaar dat ik dit werk mag doen.’

Oude rommel, mooie contacten

Drie verschillende verhalen, maar wel eenzelfde passie. Wat maakt Kringloopcentrum Waypoint zo bijzonder? Daar hoeft Janny niet zo lang over na te denken. ‘Die oude rommel vind ik heerlijk’, zegt ze lachend, ‘en je ontmoet andere mensen met wie je vaak heel wezenlijk contact hebt.’

Klaas neemt een slok koffie in knikt instemmend. ‘Het is waar, wat Janny zegt, in de winkel gebeurt het. Hier vinden vaak “ware ontmoetingen” plaats, omdat we mensen werkelijke aandacht geven en luisteren naar hun verhaal. Dan kom je vaak veel pijn en verdriet tegen, maar ook de mooie dingen: jongens die hier hun taakstraf doen, weinig contact maken, maar toch aan het einde een doos gebak meenemen omdat ze het jammer vinden dat hun taakstraf erop zit. Bijzondere ontmoetingen in de winkel kun je niet sturen en dat is ook niet de  verdienste van een persoon. Zoiets wordt door de Heer geleid: Grietje spreekt een woord, Janny geeft een knik, een derde geeft douw op schouder en vraagt op z’n Urks: “Hoe is het dan?” Er gebeurt hier iets. Klanten geven dat ook aan: ze voelen zich veilig en worden hier gezien.’

‘Er worden hier spullen gebracht die afgedankt zijn door de mensen die dat brengen: zij zien niet meer de mogelijkheid om er zelf wat mee te kunnen’, vervolgt Klaas. ‘Maar wij zien juist veel mogelijkheden met die oude troep, dat krijgt een nieuwe kans bij ons in de winkel. Dat is ook met veel mensen die hier komen: hoewel de maatschappij er niet meer de waarde van inziet, worden ze hier als het ware herontdekt: ze zijn uniek en hebben ook mogelijkheden. De bezoekers van Kringloopcentrum Waypoint hebben mij echt veranderd. In mijn vorige werk was ik vaak pastoraal bezig, maar ik moest ook wat verdienen, dus hoe socialer ik deed, hoe meer ik verdiende. Hier is het meer belangeloos, veel puurder, ik voel me veel prettiger ten op zicht van ander.’ 

Grietje: ‘We willen er echt voor de ander zijn, en dat is denk ik ook uiteindelijk Gods insteek: mensen kunnen ons afschrijven, maar God ziet ons hart aan en voor Hem ligt dáárin onze waarde.’ 

Janny knikt. ‘Zo zie ik het ook. Zelf probeer ik vanuit mijn innerlijke barmhartigheid te werken. Je moet gewoon je hart laten spreken en doen wat je hand vindt om te doen. Van Jezus lezen we dat Hij met innerlijke ontferming bewonen was. Die gezindheid probeer ik elke dag samen met Hem aan te trekken. Pas dan kan je werken vanuit de kracht die Hij ons geeft. Dan ga je van mensen houden, omdat God dat heel eenvoudig in je legt.’

Koffie en Bijbellezing

Klaas: ‘Kringloop Waypoint Urk is een interkerkelijk project, veel kerkelijke stromingen komen bij elkaar en in goede harmonie morgen we de samenleving dienen, je ziet echt een stukje Koninkrijk op aarde, prachtig is dat.’

Bij het Koninkrijk van God horen wonderen, die maken ze genoeg mee, zo wordt me al snel duidelijk. Neem het verhaal van een moslim die was binnengekomen in de winkel voor een taakstraf. Hij hoorde dat er elke dag een korte Bijbellezing was tijdens het koffiedrinken en wilde daar niet bijzitten. Sterker: hij claimde een eigen gebedsruimte. Een van de medewerkers zei: ‘Maak het eten en onze Bijbellezing nou gewoon mee, je kunt altijd nog zeggen dat je dit niet wilt.’ Zo gezegd, zo gedaan. Klaas: ‘Na verloop van tijd wilde hij meer weten van het christelijk geloof én deelde hij ook dingen van z’n eigen geloof. En het meest bijzondere vind ik dat zijn vader achteraf tegen hem had gezegd: ‘God heeft in alles de leiding, misschien was het wel de bedoeling dat je je taakstraf volbracht in deze winkel.’

Grietje veert op: ‘Ja, mooi was dat! Maandag was hij boos en mokte hij, maar vrijdag was er een echte band ontstaan. Eén van onze vrijwilligers had Marokkaans gekookt en hij wilde ook wel aanschuiven. Aan het einde week ging hij blij weg bij ons. Het had hem diep geraakt dat we hier niemand buitensluiten. Sterker nog: we omarmen iedereen die hier komt, soms zelfs letterlijk. We zien de mens áchter de mens en we focussen ons hier op positieve, op wat wél kan. Dan zie je dat de “minst mooie personen” helemaal kunnen opbloeien.  Als je daarin een schakeltje mag zijn of als ze in jou houding iets van God morgen herkennen, dan vind ik dat heel bijzonder.’

Op mijn beurt vind ik het weer bijzonder dat ik deze verhalen van hoop mocht horen hier op Urk, bedenk ik me als ik even later weer buiten sta. Het heeft me echt geraakt, merk ik: God is zo duidelijk aan het werk, wat gaaf! Hij gebruikt onder meer de medewerkers van het kringloopcentrum om Zijn liefde handen en voeten te geven. 

Als ik in weer in de auto zit – vijf prachtige tweedehands boeken rijker voor een prikkie (ik kon het niet laten) – bedenk ik me dat ik ook maar eens ga kijken of wij nog spullen hebben op zolder die we kunnen geven aan Kringloopcentrum Waypoint Urk. Bij ons liggen ze maar en ze zijn daar van grote waarde. En het geeft mij een goede rede om opnieuw een bakkie koffie te drinken, rond de struinen in de enorme winkel en daarna nog een visje te eten in Urk. Prachtig toch?

Uit magazine De Oogst, januari 2016