Waypoint
twenterand
vrij van verslaving
Menu

“‘Drugs doven het laatste beetje licht’”

Twenterand | 24 april 2019

Timo veroordeelde zijn drugsverslaafde vader, totdat hij zichzelf naast zijn vader op de bank terugvond, cocaïne snuivend. Nu waarschuwt hij jongeren: drugs doven het laatste beetje licht. ‘Als God me niet had stilgezet, was ik er niet meer geweest.’

 

Timo (20): ‘Ik heb zelf de keuze gemaakt om te stoppen, maar dat ik werd stilgezet, is het werk van God. Timo, keer je om. Als Hij dat niet gedaan had, was ik er niet meer geweest, geloof ik. Samen met God heb ik mezelf overwonnen, alleen had ik het nooit gekund. Nu ben ik elke dag nog aan het overwinnen, want een verslaving blijft altijd aan je knagen. Op moeilijke momenten, bijvoorbeeld een argumentje met m’n vrouw of problemen op het werk, is er dat stemmetje: Timo, er is altijd nog drugs. Of: bezat je even lekker!’

Schreeuwende ouders

‘Toen ik vier was, raakte mijn vader verslaafd aan heroïne. Jammer genoeg herinner ik me alles nog. Dat mijn ouders vaak ruzie hadden en mijn vader vaak wegliep en dat ik huilend voor de deur ging staan, de deur op de knip, zodat hij niet weg kon. Als ze ruzie hadden, deed ik op mijn slaapkamer een kussen over m’n hoofd zodat ik niet hoorde wat ze schreeuwden.’

Fast forward naar de Timo van zestien jaar oud. In die periode ontdekt hij het bier. ‘Als ik dat dronk, dacht ik niet meer aan mijn ruziënde ouders. Ik dacht nergens meer aan, was niet meer verdrietig. Algauw was ik elke avond straalbezopen. Na de zoveelste ruzie van mijn ouders ging ik het huis uit en meldde me aan voor een begeleidwonentraject. In school had ik geen zin meer. Ik kreeg heel foute vrienden die me een jointje aanboden. Als ik veertien glazen bier op een avond kan drinken, lukt dit ook, dacht ik, maar na die eerste keer was ik hartstikke beroerd. Ondertussen scheidden mijn ouders, m’n moeder kon de verslaving van mijn vader niet meer aan. Ik trok bij hem in, wilde hem helpen. Elke ochtend was ik bang dat ik hem dood in bed zou vinden. In die periode kwamen vrienden met cocaïne op de proppen, waarna het met mij bergafwaarts ging. Waar ik m’n vader aanvankelijk veroordeelde, zat ik nu samen met hem op de bank te gebruiken, ook overdag. Ik begon te liegen en te bedriegen. Het pijnlijkste moment? Dat ik bij mijn nichtjes en neefjes was en de schijn ophield, kijk mij ’s een goeie oom zijn. Als ze me aankeken, zo onschuldig, was het alsof er een zwaard door me heen ging: waar ben je mee bezig?!’

‘Hij gaat hartstikke dood’ 

‘Op mijn zeventiende leerde ik mijn vriendin kennen, in het café tegenover haar huis. Hoe ze mij aankeek, geweldig! Alsof ze gelijk al om mij gaf. Ik voelde iets wat ik in jaren niet gevoeld had. Emotie. Wow, wat is dit nou weer?! Een lichtpuntje in de duisternis. Ik kreeg haar nummer, wij gingen elke avond berichtjes sturen. Ze kwam in mijn vriendengroep, waar ik bleef gebruiken. Zo veel geduld als zij had, niet normaal. Opeens werd ik heel beschermend, ik wilde absoluut niet dat zij ook aan dat spul kapot zou gaan, maar zelf bleef ik gebruiken.
Op een vriendenavond met mijn vriendin erbij, na wat biertjes en jointjes, slikte ik een xtc-pil. Een halfuur later zakte ik in elkaar. Ze belden de ambulance, want het moet een verschrikkelijk gezicht geweest zijn: strakke kaken, lijkbleek, draaiende ogen. Nog steeds hoor ik wat mijn vriendin toen bleef roepen: “Nee, Timo, oh nee, hij gaat hartstikke dood!” 

In het ziekenhuis viel mijn hartslag weg. Nu is het voorbij, dacht ik. Ik weet nog dat ik bad: “Als U er bent, help me dan, want volgens mij is het klaar.” Ineens werd ik klaarwakker en anderhalf uur later mocht ik naar huis.
Wonderlijk. De volgende dag ging de knop om: dit nooit weer. Vooral vanwege mijn vriendin en haar wanhoop. Ik ging naar een ggz-kliniek, maar wilde daar meteen weer weg. Mijn moeder zei dat ze me dan bij de daklozenopvang zou brengen, en mijn vriendin dreigde dat ze bij me weg zou gaan. Dat hielp. Een behandelaar stelde tijdens een lang gesprek in het bos heel liefdevol vragen aan me: hoe ik zo geworden was, waarom ik ging gebruiken, wat ik miste in mijn jeugd. Ook vertelde hij zijn levensverhaal, waar ik me compleet in herkende. Daardoor brak ik en kon ik opeens praten over mijn gevoelens, over het feit dat ik vroeger gepest ben, en over mijn minderwaardigheidsgevoelens. Een wonderlijk moment.’ 

Psalm 25

‘Toen ik, eenmaal uit de kliniek, mijn vriendin in de armen viel, huilde ik voor het eerst in haar bijzijn. Inmiddels zijn we getrouwd, we hebben een prachtige dochter gekregen en ik werk als hovenier. 
Of ik destijds veel aan mijn geloof had? Ja, ik ben altijd blijven bidden en had mijn Bijbel meegenomen naar de kliniek, ik las er elke avond uit. Het bemoedigde me enorm. Ik was bang dat mijn gedrag, het liegen en bedriegen, me voor altijd zouden achtervolgen, totdat ik psalm 25 las: “Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd.” Ik dacht: dat dit nou kan, dat zoiets bestaat! Het sloeg in als een bom. Mijn drugsgebruik was enkel het opvullen van een leegte, terwijl ik me in het bijzijn van mijn vrienden alleen bleef voelen. Ik hoop dat ik als twintiger andere jongeren iets kan leren van mijn verhaal; daarom heb ik me aangemeld bij Waypoint Twenterand. Als ik met jongeren spreek, zeg ik ze: drugs doven het laatste beetje licht.’

Bron: De Oogst april 2019, donateursmagazine van THDV
Auteur: Wilfred Hermans
Beeld: Juliantien Fotografie.