Waypoint twenterandMenu

“Drugs zijn sluipmoordenaars”

Twenterand | 11 september 2018

Hij groeide op in een christelijk gezin, met alles erop en eraan: kerkdiensten, zondagsschool en jeugdwerk. Maar het ging grondig mis: Jelmer raakte zwaar verslaafd aan harddrugs. ‘Verkeerde dingen doen met verkeerde vrienden heeft mij genekt.’

We hebben ruzie gehad en mijn vriendin ligt roerloos op de grond, ze is ‘out’, flauwgevallen door een overdosis drugs. En ik? Ik wil alles kapotmaken! Ik haat alles en iedereen! Ik krijg een waas voor m’n ogen en word zo ongenadig boos dat ik alles verniel. Mijn kast en mijn bureau trap ik kapot. Mijn game-pc en monitor en alle apparatuur die ik op mijn kamer kan vinden sla ik ook kapot en gooi ik uit het raam. Vanuit mijn kamer loop ik naar beneden en alles wat ik te pakken kan krijgen, maak ik kapot of smijt ik tegen de muur. Stuk moet het! Kapot! Een deur met glas sla ik in diggelen met mijn vuist. Overal liggen scherven en bloed. Het gerinkel van glasscherven en het felrode bloed dat over mijn armen stroomt, maken mij hongerig om meer te vernietigen.

Beneden gekomen zie ik de vissenkom van mijn ouders. Terwijl ik het glas aan diggelen sla, gutst het water over mijn voeten, onze vis spartelt op de grond. Ik word knettergek. Verblind door woede loop ik naar de achtertuin, een spoor van vernieling achterlatend.

Maar dan. Dan voel ik een hand om mijn schouder. Op dat moment breekt er iets en mijn woede vloeit weg. Een gevoel van vrede stroomt binnen en ik zak door m’n knieën en moet onbedaarlijk huilen. Langzaam kijk ik op en zie ik het betraande gezicht van mijn zwager. Woorden van hoop druppelen binnen, terwijl het geluid van de sirenes aanzwelt: ‘Het komt goed. Zullen we de boel weer opruimen?’

Drugsverslaafd, een hopeloos gevoel en een drive om alles te vernietigen. Deze elementen vormden het meest zwarte dieptepunt uit het leven van Jelmer Maathuis. Als tiener had hij weinig vrienden. Dat veranderde snel toen de jongens van zijn klas ontdekten dat hij het broertje was van zijn oudere broer die actief was in het criminele circuit. Gevolg: ook tegen de jongere broer Jelmer werd opgekeken. ‘Dat voelde wel stoer’, zegt Jelmer, toen 13 jaar, nu 26. ‘Ik voelde me geaccepteerd en ik hoorde bij een vriendengroep. Achteraf zie ik dat mijn ellende begon met verkeerde vrienden, met wie je verkeerde dingen doet op verkeerde plaatsen.’

Onschuldig begin

Verkeerde dingen kunnen heel onschuldig beginnen, zo blijkt uit het verhaal van Jelmer. Roken werd wiet roken, af en toe een pilletje xtc werd GHB, een verslavende en agressieve drugssoort. ‘Drugs is een sluipmoordenaar’, zegt Jelmer achteraf. ‘Het begint onschuldig, maar je wilt steeds meer en steeds vaker, een drugsverslaving pakt je helemaal. Niemand begint direct met cocaïne, maar veel mensen gaan het op een gegeven moment wel gebruiken.’

Ook Jelmer begon ‘onschuldig’. Hij rookte wiet om geaccepteerd te worden en bij z’n vriendengroep te horen. De vriendengroep gebruikte steeds meer en spijbelde steeds vaker. Toen Jelmer van school werd gestuurd en naar een andere school moest, ging het een paar jaar goed en gebruikte hij niet. Maar op z’n achttiende ging het weer mis: zijn relatie liep stuk en hij kreeg vrij snel een nieuwe vriendin die drugs gebruikte. Gevolg: hij ging opnieuw gebruiken én meteen erg intensief. ‘Ik ging bijna elk weekend naar een discotheek, maar ik vond het niet fijn om stoned te zijn van de wiet. Ik werd daar duf en relaxed van, in plaats van actief. Toen heb ik voor de eerste keer speed gebruikt, daardoor voelde ik me goed en vol energie.’

Stond Jelmer in het weekend stijf van de adrenaline, door de week voelde hij zich futloos en moe. ‘Ik was verslaafd, sliep bijna niet meer en mijn reserves raakten op. Ik had niet voldoende energie om mijn werk goed te doen, was altijd chagrijnig en had vaak een kort lontje.’ 

Maar het werd nog erger. Op een feest in Duitsland deed iemand GHB (een agressieve drug) in het drinken van Jelmer. ‘Daar zit een stof in waar je heel blij van wordt, het geeft een onoverwinnelijk gevoel. Je voelt je heel goed en iedereen is je vriend, nog meer dan met speed. Maar het is zeer verslavend en ook GHB ging ik steeds meer gebruiken.’ 

Ontwenningsverschijnselen

Jelmer was ongeveer vier maanden lang verslaafd aan GHB. Hij probeerde vier keer te stoppen, maar z’n lichaam ging zo zweten en trillen dat hij toch steeds opnieuw ging gebruiken. Op een gegeven moment gingen alle remmen los en gebruikte hij dag en nacht. Een zware crisis bracht uiteindelijk een ommekeer: hij kreeg ruzie met z’n vriendin (die stoned was); verblind door woede schopte hij alles kort en klein, verblind door woede. Toen z’n zwager een arm om z’n schouder legde, brak Jelmer en hij zakte huilend door z’n knieën. ‘Er kwam een bijzondere rust in mij en ik heb achteraf ervaren dat God toen heeft ingegrepen. De knop ging om. Ik heb daarna nog wel een beetje gebruikt, maar het plezier en de kick was eraf. Vier weken later ben ik gestopt. In die periode woonde ik tijdelijk bij mijn zus en zwager, maar ik had totaal geen ontwenningsverschijnselen. Alsof God zei: “Het is voorbij, Ik heb je genezen, kies vanaf nu het goede.”

Toen ik zeven weken bij mijn zus en zwager woonden, bleven ze op zondagavond vaak thuis om een kerkdienst op tv te kijken. Ik keek dan mee, vond het wel interessant, maar wist niet goed waarom of waarnaar ik op zoek was. Maar het voelde wel goed. Pas toen ik de Alphacursus heb gevolgd en de Bijbel ben gaan lezen, ben ik echt tot geloof gekomen en begon God mij meer en meer te veranderen. Toen heb ik me ook laten dopen. Nu geef ik voorlichting op veel scholen om jongeren te waarschuwen voor drugs. Drugs lijkt mooi en gezellig, maar brengt onnoemelijk veel ellende en ravage met zich mee. Ik hoop dat jongeren zorgvuldig nadenken over drugs en het gebruik daarvan: wat is drugs precies en wat doet het met je? Door naar mijn verhaal te luisteren, beseffen ze wat er fout kan gaan.’

Jelmer is nu betrokken bij Waypoint Twenterand. Als ervaringsdeskundige geeft hij voorlichting op scholen over drugs en drugsgebruik.